Voor actuele feiten, oordelen
en ranglijsten: lees de
Keuzegids Hoger Onderwijs

navigatie overslaan

Uw browser ondersteunt geen CSS, of u heeft CSS in uw browser uitgeschakeld. Weliswaar zal deze website daardoor niets aan functionaliteit inboeten, maar de site zal niet worden getoond zoals de ontwerper heeft bedoeld. Verreweg de meeste websites maken tegenwoordig gebruik van CSS, een open standaard waarmee websites worden vormgegeven. Het is daarom zeer de moeite waard CSS in te schakelen of een nieuwe browser met CSS-ondersteuning te installeren. Recente versies van Mozilla, Netscape, Opera (Windows, Mac, Linux), Internet Explorer (Windows) en Safari (Mac) voldoen allemaal aan die eis. Vraag uw systeembeheerder om meer informatie.

PROVINCIE EVEN KRITISCH ALS RANDSTAD

Niet gemak, maar pittig onderwijs maakt studenten enthousiast

Verschillen in ‘studentenoordeel’ tussen verwante opleidingen in het Nederlandse hoger onderwijs worden nauwelijks beïnvloed door persoonskenmerken zoals geslacht of herkomst van studenten. Ook leeftijd en vooropleiding spelen geen rol van betekenis. Belangrijker zijn kenmerken van het onderwijs zelf. Studenten blijken vooral positief over hun opleiding als die positief uitdaagt met een pittig programma en voldoende contacturen.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Centrum Hoger Onderwijs Informatie (C.H.O.I.), met de titel "Wat bepaalt de oordelen van studenten over hun opleiding?". Het rapport doet verslag van een uitvoerige ‘multivariate’ analyse aan de resultaten van de Nationale Studentenenquête (NSE). Het rapport rekent af met de mythe dat universiteiten en hogescholen in de Randstad door studenten kritischer worden beoordeeld dan instellingen in de provincie.

Rapportcijfers

De vraag of zulke regionale verschillen werkelijk een rol spelen, was één van de aanleidingen voor het onderzoek, dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs (OCW). Als basis werden de resultaten genomen van de voltijdenquête van 2006. Daarin gaven 16.060 studenten telefonisch hun oordeel over in totaal 410 opleidingen (248 hbo en 162 wo).

De studentenenquête bevat 33 aspecten waarop studenten hun opleiding een rapportcijfer geven. In het onderzoek zijn deze cijfers samengevat in vijf hoofdgroepen. Daarnaast werd het ‘algemene oordeel’ van studenten over hun opleiding meegenomen. Dat gaf per opleiding zes rapportcijfers: Inhoud en didaktiek (ID), Gebouwen en faciliteiten (GF), Interne Communicatie (IC), Praktijk en Arbeidsmarkt (PA), Studeerbaarheid (ST) en Algemeen oordeel (AO).

Invloeden

Tussen opleidingen bestaan flinke verschillen in rapportcijfer op deze onderdelen. Maar “Wat bepaalt die verschillen?” Gaat het echt om kwaliteitsverschillen, of wordt de variatie bepaald door verschillen in studentenpopulatie, of opleidingskenmerken? Om dit te bepalen, is een massa gegevens verzameld over persoonskenmerken van studenten èn kenmerken van opleidingen.

In een eerste analyse bleek een aantal ‘achtergrondkenmerken’ mogelijke invloed te hebben:

  • Studenten zijn positiever over hun opleiding als ze meer gemotiveerd zijn en harder studeren.
  • Opleidingen scoren beter als ze veel ‘contacturen’ bieden, als veel studenten een diploma halen en als er veel meisjes  studeren. Regio speelt geen rol. Wel zijn er verschillen tussen disciplines.

Het vakgebied blijkt zeker invloed te hebben op de oordelen van studenten. WO Taal en Cultuur scoort hoog, en bij HBO economie zijn studenten het minst tevreden. Dit hangt zowel samen met verschillen in type student (vooropleiding, man/vrouw, soort motivatie), als met verschillen in onderwijssysteem (HBO economie is massaler). Oordelen over opleidingen uit verschillende disciplines mogen daarom niet zomaar vergeleken worden. Dit inzicht bestond al langer. Choice[i], organisator van de studentenenquêtes tot en met 2008, heeft er daarom steeds voor gepleit om ranglijsten te baseren op vergelijking van verwante opleidingen.

Voor een eerlijke vergelijking zijn vervolganalyses gedaan binnen acht vakgebieden. De vraag was, hoe sterk de invloed van studentkenmerken is op de gemiddelde scores per opleiding binnen die vakgebieden[ii]. Die invloed blijkt gering: hij varieert per aspect en per discipline tussen 3 en 15 procent. De invloed van opleidingskenmerken blijkt nog iets groter – tussen 4 en 18 procent.

Het draait om de interactie

Maar het interessantste is dat de studentkenmerken die wel enige invloed hebben op de oordelen over opleidingen, geen onveranderbare eigenschappen zijn, maar juist kenmerken van de interactie tussen opleiding en student. Het gaat vooral om:

  • De inhoudelijke studiemotivatie. Een goede opleiding weet die motivatie aan te wakkeren!
  • Het aantal studie-uren per week. Bij intensieve, aantrekkelijke opleidingen wordt harder gewerkt.

Het is niet toevallig dat tevreden studenten vooral gevonden worden bij opleidingen met veel contacturen, kleinschalig onderwijs en goed contact tussen studenten en docenten.

Al met al concluderen de onderzoekers dat de vergelijking van verwante opleidingen in het hoger onderwijs op grond van rapportcijfers uit de Nationale Studentenenquête niet noemenswaardig wordt vertekend door ‘ongewenste’ invloeden zoals het geslacht, milieu of de regionale herkomst van studenten. De invloed die wel gevonden is, valt niet ongewenst te noemen. Het onderzoek laat zien dat voor elke opleiding een gunstig studentenoordeel mogelijk is - met aantrekkelijk en intensief onderwijs, dat ook de motivatie en inzet van studenten opvijzelt.

Het rapport “Wat bepaalt de oordelen van studenten over hun opleiding?” vormt de afronding van het project ‘Multivariate analyse van studentenoordelen’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Het maakte deel uit van het grotere project “Studiekeuze-Informatie”, dat in 2008 is afgerond.


Voor de redacties, niet voor publicatie: het rapport is hier te downloaden. Het rapport is ook in print verkrijgbaar voor € 12,50. Met vragen over dit onderzoek kunt u zich wenden tot info@choi.nl ter attentie van Frank Steenkamp. Zijn mobiele nummer is 06-49844293. Volledige titel van het rapport: F. Steenkamp, A. Ziegelaar, M. de Goede: “Wat bepaalt de oordelen van studenten over hun opleiding?”. Rapportage multivariate analyses Nationale Studenten-Enquête (NSE). Leiden, C.H.O.I. mei 2009.

[i] Onder de naam Choice werkten Stichting HOP en Research voor Beleid BV van 2002 t/m 2008 samen op het terrein van studiekeuze-informatie. Dit samenwerkingsverband is per januari 2009 beëindigd. Beide organisaties blijven zelfstandig actief in onderzoek en analyse van hoger onderwijs. De stichting HOP doet dit onder de naam “Centrum Hoger Onderwijs Informatie” of C.H.O.I. Bij dit centrum is de hoofdauteur van het rapport werkzaam.

[ii] Invloed van persoonskenmerken op individuele oordelen hoeft zich niet te vertalen in een invloed op de gemiddelde scores per opleiding. Dat gebeurt alleen als de studentenpopulatie van opleidingen op deze kenmerken van elkaar verschilt. Voorbeeld: tweede- en derdejaarsstudenten oordelen op bepaalde punten kritischer dan eerstejaars. Maar als er bij alle opleidingen eenzelfde dwarsdoorsnede van de jaargangen ondervraagd is, wordt deze invloed geneutraliseerd. Dit effect verklaart mede het feit dat de uiteindelijk in dit onderzoek gevonden invloed van studentkenmerken zo bescheiden is.